1. Differentiatie: Wat en waarom?

Differentiatie wil zeggen dat de leerkracht de lessen aanpast aan de verschillende mogelijkheden van leerlingen. Zo kunnen zowel de snellere als zwakkere kinderen hulp op maat krijgen en zich optimaal ontwikkelen.

Wij streven ernaar dat alle leerlingen in de klasgroep minstens de gestelde minimumdoelen bereiken. Alle leerlingen krijgen een groepsinstructie. Tijdens de verwerking van de leerstof wordt rekening gehouden met de verschillen tussen leerlingen. Bijvoorbeeld goede en gemiddelde leerlingen gaan zelfstandig of in duo’s aan de slag. Zwakkere leerlingen krijgen extra uitleg en aangepaste oefeningen.
 
2. Differentiatiemogelijkheden
  • in aantal taken (meer/minder)
  • in tempo
  • in moeilijkheidsgraad /complexiteit /aard van de taak
  • in interesses
  • in evaluatie en rapportering
  • in gebruik van hulpmateriaal, schema’s, stappenplannen

 3. Klaspraktijk in de kleuterafdeling

In de kleuterklas wordt gedifferentieerd gewerkt, vooral naar interesse, instructie en materiaal.

Interesse:

Er zijn verschillende hoeken: een bouwhoek, puzzelhoek, poppenhoek, leeshoek, …

Kleuters kiezen zelf in welke hoek ze gaan spelen maar de kleuterjuf zal hen wel aanmoedigen om ook andere hoeken te ontdekken.

In de tweede en zeker in de derde kleuterklas worden sommige taken echt opgelegd. De kleuterjuf let erop dat elke kleuter een minimum aan activiteiten meedoet.

Instructie:

Sterkere kleuters hebben vaak genoeg aan een korte instructie. Zwakkere kleuters werken meestal onder begeleiding van de kleuterjuf of zorgleerkracht. Ze krijgen eenvoudigere opdrachten en meer ondersteuning.

Materiaal:

Naargelang de behoefte wordt er met andere materialen gewerkt, vb. grote of kleine schaar, puzzel van 8 stukjes of van 16 stukken, …

4. Klaspraktijk in de lagere afdeling

Een goede klasorganisatie is noodzakelijk. Daarom bedachten we een duidelijk differentiatiesysteem: het zon-maan-ster-systeem.

De klasgroep wordt vaak in 3 groepjes opgedeeld:

maan    Het basisprogramma
Dit vormt de grote lijn van de methode en omvat de leerstof die aan alle leerlingen aangeboden wordt.
zon  Het minimumprogramma
Bedoeld voor de zwakke leerlingen die moeite hebben met het basisprogramma.

ster    Het uitbreidingsprogramma of verrijkingsprogramma
Bedoeld voor de sterke leerlingen. Voor verdieping, verrijking van de leerstof.

 

Deze indeling is flexibel: voor elk vak, vakonderdeel, in de loop van het schooljaar kan men van groep veranderen. Iedereen is wel eens een zonnetje, iedereen is wel eens een sterretje.

We houden zowel  rekening met de intelligentie, als met de werkhouding, de motoriek, het sociaal-emotionele,…

Wie is zon/maan/ster?

We vinden het belangrijk dat de leerlingen zelfbewust worden, hun eigen sterktes en zwaktes goed leren inschatten en er leren mee omgaan. Als leerlingen zelfbewust zijn, zal dit een troef zijn als ze overstappen naar het secundair.

Wie bepaalt welk kind wanneer in welke niveaugroep zit? We willen dit als volgt opbouwen:

  • eerste graad → leerkracht bepaalt

  • tweede graad → leerkracht en leerling bepalen samen (geleidelijk overstappen op zelfsturing)

  • derde graad → leerling bepaalt zelf (ev. met bijsturing van leerkracht)

Zo ontwikkelen we een realistisch zelfbeeld en bevorderen we de zelfstandigheid.

Elke leerkracht heeft stempels (zon-maan-ster), die gebruikt worden om aan te geven welke oefeningen gemaakt moeten worden. Bv: Ster → mogen de makkelijke oefeningen overslaan, meteen met de moeilijke oefeningen starten en daarna uitbreidingswerk maken.

De leerkracht observeert en noteert haar/zijn bevindingen in een observatieschrift. Tijdens zorgoverlegmomenten wordt dit besproken. We beschikken over een uitgebreid leerlingendossier, waarin we alle resultaten en nuttige gegevens bewaren en opvolgen.

5. De beverklas

Bevers zijn kinderen die de basisleerstof in de klas probleemloos beheersen en die over een flinke dosis leergierigheid, ijver, doorzettingsvermogen en een brede interesse beschikken. In elke klas zitten er wel enkele “bevers”, die behoefte hebben aan uitbreiding en verdieping. Sinds 1 september 2009 kunnen de bevers per graad 1x per week terecht bij juf Esther in onze beverklas. Ze krijgen ook een bundel “sterk werk” mee naar de klas. Daarin werken ze zelfstandig, op momenten dat ze de basisleerstof die dan aan bod komt al beheersen. Tijdens de volgende beversessie bespreekt juf Esther met haar bevers het geleverde werk en stuurt ze bij waar nodig.